Zwevend tussen twee werelden

Op het moment van schrijven zit ik terug in het vliegtuig. Zwevend tussen twee verschillende werelden. Twee zo verschillende werelden. De lachende gezichten van Ugandese kinderen, de geuren, de rode grond, de drukte, de taxibusjes, de boda drivers. De kleine standjes met geroosterd rundvlees of gegrilde mais. De beschilderde huisjes, de verroeste deuren. De krakkemikkige auto’s, bussen en fietsen. De verkopers met kasave, suikerriet of groundnuts. De verse ananas, de matoke bananen uitgestald op straat. Het flitst aan me voorbij.

Maar als ik Afrika wat dieper laat zakken in mijn hart en wat langer laat branden op mijn netvlies dan zie ik ook andere dingen. Mannen met kinderen bij verschillende vrouwen. Waardoor een gezond vaderbeeld ontbreekt. Geen geld voor school, voor zorg, of zelfs voor eten. Geen overheid die de basis legt waardoor iedereen een kans heeft op een goede toekomst. Een werk-ethos wat het soms lastig maakt om grote dingen te bereiken. Een mentaliteit die zo gericht is op overleven dat mensen niet verder durven denken dan vandaag of morgen. Over drie maanden ben ik misschien wel dood. Dus waarom zover vooruit kijken? Dan zie ik de moraal rond seksualiteit en daaruit voortkomende vele ‘sexual networks’ die grote problemen veroorzaken rond HIV/Aids en andere overdraagbare ziekten. Dan zie ik malaria, Tuberculose en andere nare infecties en virussen die soms makkelijk te genezen zijn maar vanwege gebrek aan medicatie vele slachtoffers maken. Dan zie ik corruptie, machtsmisbruik en hebzucht. Het ligt zo aan de oppervlakte. Ook dat is Afrika.

En dan mijn eigen leven. Mijn zo bevoorrechte leven. Een leven waarin ouders niet zomaar doodgaan of gewoon hun kinderen verlaten. Waar het de normaalste zaak van de wereld is om naar school te gaan. Om kind te zijn. Verjaarsdagspartijtjes, bij vriendjes spelen, veilig voetballen op straat. Waar kinderen willen trouwen met hun juf en een pakje melk krijgen bij de lunch. Als je valt bij het skateboarden krijg je een pleister en een kus. En op ouderavonden, zat er chocola in mijn bureaulaatje. Waar verjaardagen niet vergeten worden. Waar zorg en onderwijs vanzelfsprekend en toegankelijk zijn. Schoon drinkwater uit elke kraan. Waar je veilig op straat kunt lopen en met het OV overal kunt komen. Het is allemaal heel normaal.

Maar het is niet normaal.

Een wereld waarin de mogelijkheden aan mijn voeten liggen. Waarin ik kan kiezen wat ik wil studeren of wil doen met mijn leven. Een leven waarin ik nog nooit een dag honger heb moeten lijden. Waarin er altijd mensen zijn die naar me omzien. Een wereld waarin ik vrijwel kan kopen wat ik wil. Waarin ik ervoor kan kiezen een vliegticket te kopen om 6000 km naar beneden te vliegen en daar in een compleet andere wereld te stappen.

Maar het is niet normaal.

Maar ook Nederland heeft een schaduwzijde. In essentie: ons egoïsme. Met onze carrieres, onze relaties, onze voldoening, onze waarde, onze bezittingen, onze zorgen, onze ontwikkeling, onze kinderen, onze dromen, onze pijn. Het draait vooral om ons.

En oh ja, we klagen.

We klagen veel. We klagen als de bus te laat is. Als de rij te lang is. Als de soep te koud is. We klagen als er file is. Als de computer vastloopt. Als de reclame te lang duurt. We klagen als de bediening wat kortaf is, als het brood is uitverkocht. We klagen als het regent, we klagen als het te warm is. We klagen als de benzine te duur is en als de trein vertraging heeft. We klagen als de appels te zuur zijn. En de witte wijn te zoet. We klagen als de buurman harde muziek op heeft staan of het onderbuurmeisje piano speelt.

Ja, we klagen.

Zwevend tussen twee werelden realiseer ik me dat ik wil leren om te groeien in het beste van twee werelden. Dankbaar en tevreden. Gezond en veilig. Ontwikkelt en ambitieus. Met oog voor een ander. Vreugde beleven in elke dag. God danken voor kleine en grote dingen. Genieten. Relativerend.

Zwevend tussen twee werelden.