Terug de natuur in…

Dit stukje is geschreven door Jos Wiersma

Maandag ochtend zijn we vertrokken richting het natuurpark Murchison falls voor onze safari. Voordat we aankwamen hadden we eerst nog een stop bij de ‘rhino sanctuary’. De neushoorn was tot voor kort volledig uitgestorven in Uganda. In de ‘Rhino Sanctuary’ proberen ze nu de neushoorn weer terug te brengen. Daarvoor is een apart gebied afgezet. Hier kunnen de neushoornen vrij-uit voorplanten zonder gestoord te worden door stropers. Ze hebben wel constant ander menselijk publiek. Want omdat ze zo geliefd zijn is er 24 uur gewapende bewaking, die ook functioneren als onderzoekers en gidsen. We hoeven daarom niet lang te zoeken naar een neushoorn. Na vijf minuten stoten we op een moeder met een kalfje. Tot 10 meter naderen we. Ze genieten van de schaduw liggend onder een boom. Zij zijn wel zo slim om niet in de zon te gaan staan op het warmste tijdstip van de dag. We bewonderen drie van de negen exemplaren, dan is het tijd om door te gaan.

Vier uur later komen we aan op de plek waar we overnachten. Op het terrein staan een aantal schattige, ronde huisjes, 100 meter gelegen van de ingang van het park. We krijgen een Ugandese maaltijd voorgezet. Die moet wel verdiend worden. Want het stukje vlees moest eerst nog door ons worden gevangen en geslacht. Daarover vast meer in een ander stukje. Naast alle dieren die we zouden zien mochten we die nacht genieten van een ander wonder: de prachtige sterrenhemel. In al zijn grootsheid openbaarde het oneindige plafond van de aarde zich. Ik werd stil en zachtjes zong ik: ‘Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God. Hoe groot zijt Gij!

De volgende ochtend gingen we daadwerkelijk het 600km2 grote park in. Eerst nog even onderhandelen over de entreeprijs. Want de bewaker had persoonlijk ook nog wat geld nodig. Maar blijkbaar niet nodig genoeg, want we mogen dóór voor de prijs die we horen te betalen. 50 meter van de ingang rijden we bijna de eerste apen omver. Snel duiken ze de bosjes in, net op tijd om een foto te ontwijken. Het valt op hoeveel meer dieren er opeens zijn. Even later arriveren we bij de watervallen waar het park naar is vernoemd. Met een enorm geweld botst het water van de Nijl tegen de rotsen. Achter elkaar volgen water explosies elkaar op. De “kruitdampen” van fijne waterdruppeltjes dalen neer op onze kleren. Gelukkig breekt de zon door, waardoor we opgedroogd de bus weer in stappen.

We wisselen na een eindje rijden ons busje in voor een boot. De tocht gaat richting de waterval, die we eerder van boven hebben bewonderd. Onderweg komen we tientallen nijlpaarden tegen en een enkele krokodil. In het begin worden de fotocamera’s gegrepen bij ieder nijlpaard die zijn kop laat zien. Eerst zie je twee oortjes en daarna twee ogen die nauwlettend de boot in de gaten houden. Overdag zijn de nijlpaarden in rust. ’s Avonds gaan ze grazen op het land. Op de terugweg blijven de camera’s in de hoesjes. Genoeg foto’s van nijlpaarden. Een grote krokodil heeft nog wel de eer op de foto te gaan.

Aangekomen bij ons ‘student hostel’ nemen we een verfrissende douche. We worden gewaarschuwd niet naar de lodge te lopen waar we eten: Er schijnen ’s nachts leeuwen en nijlpaarden te lopen. Een olifantendrol midden op het plein bewijst de aanwezigheid van wilde dieren. Met de busjes gaan we dus richting de lodge. We moeten nog een uurtje wachten wegens de beter betalende bezoekers van de lodge, maar we mogen om 20:30 dan toch aanvallen. Een overvloedige maaltijd staat klaar. We genieten van de luxe. Terug bij onze slaapplaats vallen we met overvolle magen in slaap. Morgen nog een dag. Waar Vera iets meer over schrijft.

Het is bijzonder om zoveel schoonheid tegen te komen. Bij iedere kilometer is er wel iets nieuws te zien. Dan weer hoge bomen met apen erin, vervolgens Savanne met termietenheuvels en zo gaat het door. In dit gebied zie je zichtbaar de creativiteit van God. Het is moeilijk om niét te geloven in een schepper als je zoveel prachtigs ziet.