Leven in het hier en nu

Ik werd er pas weer eens bij stilgezet. Dat we zo vaak en zo veel in de toekomst leven en zo weinig in het hier en het nu. Ons leven wordt gedomineerd met de dingen die we nog willen hebben, die we nog willen bereiken, die we nog willen doen. En zo vaak minder met de dingen die we nu al hebben, die we nu bereikt hebben en die we nu mogen doen.

Zo ook ik.

Toen ik vijf jaar geleden trouwde en wij onze knieën beurs baden voor een huis verhoorde God ons gebed. We waren jong en studeerden nog. We hadden geen cent te makken. En dus ervoeren we het toen echt als Gods geschenk aan ons huwelijk. Een huwelijkcadeau. Een week voor we trouwden kregen we een telefoontje van een makelaar. Hij had een mooi huisje voor ons in Oud-Zuid. Het was precies waarvan we droomden. Het was een wonder. Zo’n jaren dertig etagewoning met van die kneuterige schuifdeuren met glas die de kamers scheidden. Een schattig balkonnetje op het zuiden. We hoefden alleen maar te verven en we konden erin. Ik zag toentertijd best wel op tegen de verhuizing naar Amsterdam. Ik was gewend aan mijn vrienden in Rotterdam en ik zag er torenhoog tegenop om in Slotervaart of de Bijlmer terecht te komen. Wijken die waarschijnlijker waren dan Oud-Zuid. Het was echt Gods genade dat hij ons een klein huisje gaf in Zuid, op loopafstand van het vondelpark. En dat voor een prijs die we konden betalen.

Inmiddels vijf jaar verder zijn we allebei aan het werk. En langzaam bewegen we dat seizoen van het leven binnen waarin er ruimte ontstaat voor andere keuzes. Misschien wel kinderen in de toekomst en een huis kopen. En ik vond mezelf soms opeens achter de computer op Funda of Jaap.nl wegdromend bij de paleisjes die nu misschien wel bereikbaar waren.

En ik merkte dat ik langzaam met andere ogen naar ons huisje ging kijken.

“Het is toch ook wel klein.”

“Zo’n mooie roestvrij stalen afzuigkap boven het fornuis zou niet misstaan.”

“Ik kan me ook niet echt lekker afsluiten als Stefanie bezoek heeft.”

“Irritant als het onderbuurmeisje ruzie maakt met haar moeder terwijl ik een boek probeer te lezen”

En mijn hart veranderde richting het huis wat God gegeven had. Ik stond eigenlijk al op de uitkijk naar een mooier leven, in een mooier huis. En zo staan we vaak op de uitkijk. Naar een mooiere baan, zinvollere relaties, naar een grotere auto en een verdere vakantie.

We leven zo vaak in de toekomst. Maar we verliezen daarmee Gods genade voor het heden uit het oog.

Dat is waarom we in het Oude Testament zo vaak het woord ‘gedenken’ tegenkomen. Rob Bell zegt het heel mooi als hij zegt:

Until we can center ourselves on what we do have, on what God has given us, on the life we do get to live, we’ll constantly be looking for another life. That is why the word ‘remember’ occurs again and again in the Bible. God commands his people tot remember who they are, where they’ve been, what they’ve seen, what’s been done for them. If we stop remembering, we may forget. And that’s when the trouble comes.

We kijken zelfs vaak naar onszelf, naar wie we zijn met een oog op de toekomst. Hoe we willen worden. Een tijd geleden heb ik naar aanleiding van een theatervoorstelling hier een post over geschreven: Het dictaat van de zelfverbetering (en hoe het bewerkt dat we onszelf nooit accepteren).

We nemen zo vaak geen genoegen met wie we zijn. We willen geestelijker, volwassener, dieper, rijker, wijzer, mooier en beter zijn. Maar daarin gaan we voorbij aan wie we nu, hier mogen zijn. We gaan voorbij aan wat God al gedaan heeft. Al gegeven heeft. Dankbaarheid richt onze ogen op wat God gegeven heeft. Dankbaarheid houdt ons in het hier en nu.

Moge onze harten vervuld zijn met die dankbaarheid.

Met het vermogen om te zien wat God nu doet.

Nu geeft.

Nu is.

En moge we daardoor leven in het hier en in het nu.

De afbeelding is een schilderij van Barnett Newman genaamd ‘The sublime is now”. Hij probeerde met zijn werk mensen een extatische ervaring van het ‘nu’ te laten beleven. Helemaal los te zijn van heden en toekomst. Alleen maar nu.