Lessen over geven van een rijke jongeling en een rijke tollenaar

Afgelopen woensdag mocht ik bij een van de disputen van NSA weer eens een praatje houden. Dit keer zitten we als vereniging in het thema ‘geven’. Ik deelde gister al iets over onze spreker van dit thema, Jeanette Westerkamp. Maar vandaag wil ik even iets kwijt waar ik zelf weer aan moest denken in het kader van geven. Namelijk de opvallende overeenkomsten en de opvallende verschillen tussen het verhaal van de rijke jongeman uit Mat 19:16-30 en het verhaal van de rijke tollenaar uit Lukas 19:1-9.

Even vanaf het begin.

Er kwam eens een rijke jongeman bij Jezus met de vraag: Wat moet ik doen, Jezus, om het eeuwige leven te krijgen? Jezus’ antwoord is simpel. “Wel, je weet wat er in de wet staat. Doe dat.”

“Ja, maar…”

… zegt de beste man, “dat heb ik allemaal al gedaan”.

“Nou,” zegt Jezus, “ga dan maar naar huis en verkoop al je spullen. Kom dan bij me terug en volg mij.”

En dat kwam even binnen.

Want we lezen de anti-climax.

De rijke man droop af.

Verdrietig.

Hij was immers ‘de rijke’ jongeman. Met de nadruk op rijk. Er stond veel op het spel. En het lijkt er verdacht veel op dat hij vast zat aan het geld. Hij kon er geen afstand van doen. En dus ging hij weg. Bedroefd. En wat ik zo opvallend vind, we lezen niets over of hij nou iets gaf of niet.

Hij ging.

Als we dit verhaal nog eens overdenken, dan valt me eigenlijk ook op dat deze man kwam met een behoorlijk arrogante houding. Eerst klinkt het heel vroom, “wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” Maar was deze man echt zo hongerig naar het onderwijs van Jezus? Al snel realiseer je je al dat deze man vooral bezig was zichzelf te bewijzen en zichzelf te rechtvaardigen.

“Dat heb ik allemaal al gedaan”.

Wat ik zo fascinerend vind, is dat Jezus deze man enorm uitdaagt. Even verder wordt er een prostituee bij hem gebracht die gestenigd moet worden en dan is Jezus ongelofelijk liefdevol en genadig. Waarom dat verschil? Jezus legt de lat wel erg hoog voor deze man. Ik kan niet anders bedenken dan dat Jezus dit doet omdat deze man zelf Gods goedkeuring en acceptatie wil verdienen.

Hij wilde het niet ontvangen, hij wilde het verdienen.

Hij wilde weten, wat moet ik doen, aan welke regels moet ik me houden, om goedgekeurd te worden. En het wonderlijke is, wanneer dat onze houding is, dan drijft Jezus ons tot het punt van waanzin. Hij legt de lat nog hoger.

“Er is nog een ding. Ga naar huis. Verkoop je spullen”.

Wil jij het op eigen kracht doen? Wil je weten wat je moet doen om ‘recht te hebben’ op de goedkeuring van God? Jezus antwoordt deze rijke jood naar zijn vraag. Het resultaat: de man ging weg. Bedroefd.

Want hij kon het niet.

Maar dan dat andere verhaal. Zacheus. De overeenkomst met het vorige verhaal: Zacheus was rijk. Een tollenaar. Belastinginner. Waarschijnlijk inclusief alle fraude en corruptie waar deze tollenaars om bekend stonden. Zondaren. Maar ook deze man, Zacheus, is net als de rijke jood gefascineerd door Jezus. Hij wil hem meemaken. Hij wil hem zien. Hij wil hem horen. Maar we lezen dat hij vanwege zijn kleine postuur in een boom klimt zodat hij vanuit die boom Jezus kan zien. Hij dringt zich niet op aan Jezus. Het feit dat hij in een boom klimt getuigt eerder van verstoppen. Maar Jezus ziet hem. En hij doet een, voor die tijd, intieme uitnodiging.

“Ik wil bij je eten.”

Bij Zacheus.

De tollenaar.

De zondaar.

En de mensen beginnen te praten…

“Jezus gaat eten bij die zondaar?” Een rijke jonge jood die de wet hield had meer voor de hand gelegen. En Jezus zegt niet, “Zacheus, ga anders eerst even naar huis, verkoop al je spullen, kom terug en volg mij, dan kom ik bij je eten.”

Nee.

“Ik wil bij je eten.”

Een diep gebaar van acceptatie en liefde.

Van genade.

En wat me nou zo trof is de onverwachte uitkomst.

“Kijk, Jezus, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig.”

Jezus had nergens om gevraagd. En toch opent Zacheus zijn hart, zijn huis en uiteindelijke zelfs zijn portemonnee.

De wet, zelfrechtvaardiging zorgt ervoor dat we “verdrietig afdruipen.” Een gesloten hart, een gesloten portemonnee.

Het is genade en acceptatie wat bij Zacheus het tegenovergestelde bewerkt. Een open leven voor het werk van Jezus. En verrukt roept Jezus: ‘Vandaag is er redding gekomen voor dit huis!’