God really cares

Deze post is geschreven door Cees de Jonge

Voor me zitten 4 jonge zakenlui die net als ik van hun lunch genieten. Zij strak in het zwarte pak. Ik, casual. Downtown in Kampala, waar tussen de 2 en 4 miljoen mensen wonen. Dagelijks komen er nieuwe bij. Sommigen slapen op straat. Anderen in kleine hutjes te midden van huizen, flatgebouwen, markten en kantoren.

De eerste dagen overweldigde me deze veelheid van mensen overal. Langs veel wegen staan kiosken, tafels of kleine werkplaatsen. Bij de een liggen gedemonteerde motorblokken uitgestald, bij de ander bananen of kleding. Bij elke van deze kraampjes zitten vaak minstens 4 of 5 personen te praten. En op de een of andere manier kunnen ze er allemaal van leven.

Van ons guesthouse ben ik hier gekomen per boda boda. Na een korte onderhandeling over de prijs brengt een Ugandese jongeman me achterop zijn motorfiets naar deze plek, een overdekt winkelcentrum. Om binnen te komen werd ik wel even gefouilleerd door een geuniformeerde wacht, die op mijn groet reageerde met: “I’m fine, God cares”. Onderweg zag ik een bus die getooid was met ‘fruit of faith’. Dat zie ik bij mij in Amersfoort toch minder. Ik vermoed dat het eten in een klein houten hutje langs de weg ook heerlijk moet zijn, want het optrekje draagt de naam ‘Divine Restaurant’.

Honger lijkt hier niet te zijn. Dit mooie, groene land levert ook uitbundig en in overvloed vruchten, groenten en ander voedsel op. Maar Uganda telt wel meer dan 2 miljoen weeskinderen, waarvan er duizenden op straat leven. Mannen schijnen status te ontlenen aan het aantal kinderen dat ze bij verschillende vrouwen verwerkt hebben. En dus zijn er vele vaderlozen.

Zo’n 250 daarvan worden opgevangen door ‘uncle Joseph’ voor wie wij dus naar Uganda gekomen zijn. We bouwen een vijfde kinderwoonhuis van het kinderdorp ‘Bulamu Village’ en wijden ons aan de kinderen als ze uit school komen. Gisteravond zaten we met z’n allen in de ‘shelter’, een stalen frame met een dak erop en met wanden van riet. Joseph legde ons allen uit wat het betekende om priester voor God te zijn. De roeping voor ons allemaal. Een kleine jongen zit op m’n schoot valt erbij in slaap. Heel ontspannen. Vooraf zongen we met elkaar. Diep ontroerd zing ik mee om te aanbidden en besef dat ik een rijk gezegend mens ben. Dat ik dit mag meemaken! De problemen zijn groot in deze wereld, ook in dit land. Maar God doet schitterende en genezende dingen. Deze vaderlozen blijven niet getraumatiseerd, maar leren God de Vader te vertrouwen en lief te hebben. Het is hun vurige wens een goed beroep te leren en aan anderen door te geven wat zij zelf ontvangen hebben.

“God really cares”, een oppervlakkige kreet, maar een persoonlijke ervaring. Ik moet naar woorden zoeken om uit te drukken hoe me dit verkwikt! Een voorrecht om daaraan een steentje bij te dragen.

Foto’s (Het zijn picasa albums, je moet erop klikken)

De eerste dagen Uganda Uganda dag vier Uganda dag vijf
Uganda dag zes Uganda dag zeven en acht Uganda dag negen en tien
Uganda dag elf en twaalf