God A of God B

Gister was het as woensdag. De 40 dagen van vasten zijn begonnen. Voorbereiding op pasen. Nadenken over de weg van Jezus. De weg van het kruis. Deze gedachte brengt me terug naar een bijzondere lezing van Bernard Terlouw die NSA bezocht in december vorig jaar. Bernard is de nieuwe directeur (samen met Jelle Jongsma) van de Navigators. Ik heb toen uiterst geboeid geluisterd naar deze bijzondere man die sprak over het zelfopofferende karakter van God. God zelf. Verworpen, alleen gelaten, verraden, bespot, vernederd. gedood.

God.

Ik was diep geraakt toen Bernard het contrast tekende tussen de God van het Griekse denken (die ook onze kerk zo diep beinvloed heeft) en de God die zich openbaart in Jezus. De God van de Grieken (die zo zichtbaar is doorgesijpeld in onze Westerse kerk) is vooral onaantastbaar, ongenaakbaar, onveranderlijk, onfeilbaar, onbenaderbaar. On, on, on. En Hij is heel veel ‘Al’. Almachtig, Alziend, Algoed, Alwijs. Alomtegenwoordig. Woorden die eigenlijk maar holle uitdrukkingen zijn en pogingen van mensen om God te begrijpen. Want eigenlijk begrijpen we God helemaal niet. En daarom zeggen we maar dat hij de overtreffende trap van alles is (al), de omgekeerde trap van alles (on-veranderlijk, on-zienlijk) of de oorsprong van alles (de bron al het goede etcetera)

Maar weten we dan wel wat we zeggen? De Nederlandse Geloofsbelijdenis (1618) begint met: Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er één God is, een geheel enig en eenvoudig geestelijk wezen. Hij is eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig. Hij is volkomen wijs, rechtvaardig en goed, en een zeer overvloedige bron van al het goede.

Maar wat zegt het over wie Hij is?

Wat betekenen deze woorden nou eigenlijk? Wat kunnen we weten? Kunnen we kennen? Als we het met deze holle klanken moeten doen komen we niet ver. Maar we staan niet met lege handen. De Enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen (Joh 1:18).

‘… die zelf God is’.

Maar niet bepaald de God uit artikel van de geloofsbelijdenis. De God die zich in Jezus openbaart is vol mysterie en overtreed al onze grenzen. Het is een verborgen God…

‘Dit is toch de zoon van de timmerman?’

Een God die incasseert. Een God die ons telkens weer op het verkeede been zet. Een God die in raadselen spreekt. Een God die geraakt kan worden. Bernard zocht die avond de grenzen op door een plaatje te tekenen van een boksring waarin Jezus in elkaar wordt geslagen maar niet terugslaat. Want dat was de scene in de nacht voor de kruisiging. En ik zag de boksring voor me. Ik zat met kippevel en tranen in mijn ogen. Een God die lijdt.

Ik wordt uitgedaagd. God A of God B.

Het moeilijke is dat God A heel makkelijk aansluit bij wat we vaak graag willen. God A is een God die ik me kan voorstellen. Groot en machtig. Duidelijk de leiding.  Een HIJ – met veel mannelijke kenmerken. Hij is Absoluut en zeer Verheven. Hij grijpt in, Hij zet recht, Hij heeft de zaak onder controle! Deze wereld zie ik graag onder leiding van God A. Een bestaan dat geordend is, eerlijk en rechtvaardig. Onder controle. Duidelijke grenzen, netjes en waar nodig dwang en verdiende straf. Orde.

Het enige nadeel: ik raak voortdurend in vreselijk conflict met het feit dat deze wereld er niet zo uitziet – en wat zegt dat over (het bestaan van) God?

God B is de God die door Jezus getoond wordt. Hij is anders. En de wereld van God B ziet er dan ook anders uit. Niet alles is strikt en recht, niet berekenbaar en gelikt. Hij had gestalte noch luister. Het lijkt meer te gaan om ontwikkeling (bij Jezus van baby af aan). Het gaat om relaties met allerlei lastige verschillen (12 zeer verschillende discipelen). Het gaat om leren – met vallen en opstaan (Jezus verdraagt ze, jaar na jaar) en groeien. Er is vrijheid om keuzes te maken (Jezus vraagt: willen jullie weggaan?). Het gaat om emoties en verandering (iets wat niet past in het beeld van God A).  Niet overduidelijke ‘controle’, maar ontwikkeling en avontuur. Niet alles is uit te leggen, te verklaren. Niet alles past in overzichtelijk systeem. Er is ruimte voor vragen, voor verwarring, voor onbegrip.

En God zelf? Hij vertoont zich in Jezus en staat er niet boven. Jezus is God. Het leven is een geschiedenis, een ontwikkelingsproces en God gaat er met ons doorheen. En er gaat veel fout. Er is veel pijn en verdriet en het onvolkomene van zonde, zwakheid, en zelfs de donkere tegenstanders – het wordt niet meteen afgestraft, maar opgenomen in een reusachtig mysterieus proces.

Die ‘vreemde’ en ‘mysterieuze’ God vraagt mij om Hem te volgen. Om achter Hem aan te gaan. Dat betekent waarschijnlijk lijden. Dat betekent mysterie. Maar het betekent ook avontuur.

Ik ga achter Hem aan.