Gedachten bij Psalm 1: De wet, de boom en het water (2)

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Psalm 1

Ik word de laatste tijd erg aangesproken door Psalm 1. Vooral drie dingen spreken me bijzonder aan. De wet. De Boom. En het Water. Gisteren schreef ik een post over de mijn gedachten bij ‘de wet’. Vandaag de boom.

De boom.

Gelukkig ben je als je je vreugde vindt in de wet van de HEER en je verdiept in Zijn wet, dag en nacht. Want als je dat doet ben je als een boom. Het beeld van de boom komt meer dan eens voor in de bijbel. Een boom symboliseert kracht. Een boom kan een stootje hebben. En bomen hebben wortels. Ook dat beeld van wortels komt regelmatig voor in de schrift. Paulus gebruikt het beeld van wortelschieten bijvoorbeeld in zijn brief aan de Efeziers als hij schrijft: Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. (Ef 3:14-19).

Wortels zijn niet zichtbaar. Ze zitten onder de grond. Paulus bidt dat we onze wortels laten wortelschieten in de liefde van Christus. Omdat, wanneer we dat doen, we iets gaan ervaren van de lengte, breedte, hoogte en diepte van die liefde. En, wanneer we wortelschieten in Christus, we zullen volstromen met Gods volkomenheid.

De kwaliteit van de wortels bepaalt voor het grootste deel hoe de boom erbij staat. Datgene wat onzichtbaar is bepaalt hoe datgene wat zichtbaar is eruit ziet. Dat beeld spreekt me aan. Het is datgene wat in de binnenkamers gebeurt wat bepaalt hoe we eruit zien aan de buitenkant. Het is de mate waarin we tijd doorbrengen met God wat bepaalt hoe en wie we zijn in het dagelijkse leven. Het is immers, hij die vreugde vindt in de wet van de Heer en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Lastig dat we zo vaak oordelen op de boom en niet op de grond waarin ze groeit.

Dat we boos zijn of gefrustreerd, dat we ons zorgen maken of terechtwijzen met onze ogen op de boom en haar vruchten en geen vragen stellen over de kwaliteit van de grond en dus de wortels.

Het vraagt dat we even achter dingen kijken. Achter het gedrag, de pijn, de woorden, de frustratie, de woede, de bitterheid, de angst kijken naar de grond waarin de wortels groeien.

Maar de belofte is prachtig: Zij, die hun vreugde vinden in Gods woorden zullen zijn als een boom die vrucht draagt. Op het moment dat we ons uitstrekken naar Gods woorden, we ons verheugen in Zijn beloften… Dan groeien onze wortels diep in onze kennis van Hem. En dan dragen we vrucht.

Wortels worden steeds sterker en gaan steeds dieper op zoek naar bronnen.

Oude bomen zijn lastig te verplaatsen.

Niet eigenlijk.

Waar staat mijn boom als ik oud ben?

Waarin zitten mijn wortels in verstrengeld? In de grond van Gods woord? Of in andere grond? En wat is de vrucht? Het doet mij denken aan de ‘vrucht van de Geest’. De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Gal 5:22). Vruchten kun je niet forceren. Zon, water en de grond zijn de omstandigheden die de kwaliteit van de vrucht bepalen. Niet de boom. Het is niet aan ons. Vruchten zijn een werk van Gods Geest. Vruchten moeten rijpen en groeien. Ze zijn er dus niet van het ene op het andere moment. Doe maar rustig aan. Wees maar geduldig. Je hoeft niet in een dag te veranderen. En iets anders wat ik me weer even realiseerde: de vrucht is er niet voor de boom. De vrucht is er voor diegene die hem plukt. De boom heeft niet zoveel aan zijn eigen vrucht. God wil ons gebruiken voor anderen. Niet voor onszelf.

En zo kom ik tot de conclusie: wanneer ik mij verdiep in Gods woorden, mijn vreugde vindt in Hem groeit er iets in mij. Het is wel in mij, maar niet van mij. Het is wel door mij, maar niet voor mij. Het zijn zowel onzichtbare wortels die dieper gaan als de zichtbare vruchten die mooier en rijper worden.

En ik zal zijn als een boom.