Een bijzondere ontmoeting

Deze post is geschreven door Jurjen van Houwelingen

Zaterdag ging ik samen met Cees, Lennart, Vera en Jos mee met de outreach van Bulamu Discipleship school (zie de foto). Dat was een hele belevenis. Deze ‘discipleship school’, die geleid wordt door een van de oudere kinderen komt wekelijks bij elkaar voor bijbelstudie. Eens in de maand is er een outreach. Dan gaan ze op pad om het evangelie met woord en daad te brengen. Op deze dag gingen wij met ze mee. Omdat er opeens de beschikking was tot een bus (de onze) werd er besloten dat we naar het Mulagu Hospital in Kampala gaan. Het is het grootste ziekenhuis in heel Uganda, werd mij trots verteld.

Het plan was eenvoudig.

We zouden suiker en zeep kopen en in porties verdelen om uit te delen en daarbij zouden we het evangelie gaan brengen door te bidden voor de zieken (die waren er immers genoeg in het ziekenhuis). Daarbij zouden we het evangelie vertellen. Uiteraard was aan ons het voorrecht deze rekening te betalen, wat we met plezier deden. Er wordt 25 kg suiker gekocht en een hele doos zeep. In totaal voor ongeveer 100.000 shilling (35 euro). Dit werd verdeeld in ongeveer 50 porties.

Ik was in de bus al onder de indruk van de sfeer. Dit waren niet zomaar ‘wezen’ of een groep kinderen die meedeed aan een discipleship school.

Nee, dit was een familie.

Er werd gelachen en gepraat. Met trots droegen ze hun paarse ‘Bulamu Discipleship School’ t-shirt. Na een eindeloos gewik en geweeg over de prijs van de suiker en de zeep op de markt kwamen we eindelijk aan bij het ziekenhuis.

Twee aan twee werden we de ‘wards’ (zalen) ingezonden om voor mensen te bidden. Toen ik een van de ziekenzalen inliep werd ik best wel even overweldigd door de nood. De omstandigheden zijn niet te vergelijken met die van een Nederlands ziekenhuis. Oude krakkemikkige bedden, nauwelijks verpleging, nauwelijks artsen, nauwelijks fatsoenlijke middelen en medicatie.

Ik ging mee met Kenneth, een van de jongens die de discipleship ook leid. We liepen naar een bed met een jongen van een jaar of veertien. Zijn moeder zat er naast op de grond. Na een gesprek met de moeder in het Luganda bleek dat de jongen erg snel heel ziek was geworden. Wat het was, wisten ze niet. Het had iets met zijn maag te maken. Er liep een sonde van zijn neus naar zo’n hygienisch handschoentje waar een donker vocht-achtig goedje in zat. Waarschijnlijk moest dat voeding voorstellen.

In een handschoen.

De moeder haalde wat verfomfaaide röntgenfoto’s tevoorschijn. We vroegen of we voor de jongen mochten bidden. Dat mocht. We baden, ik wat ongemakkelijk, Kenneth met bombastische woorden en gebiedende klanken. We gaven de vrouw een pakketjes suiker met zeep. Ze nam het dankbaar in ontvangst.

Even later liep ik door de ward en werd ik door een andere mevrouw gewenkt.

Mzungu, come here!

Ze wilde graag dat ik naar haar moeder keek. Kennelijk hoopte ze dat mijn aanraking, mijn gebed of mijn aandacht wat zou betekenen. (sommige Afrikanen denken dat de aanraking van blanken bovennatuurlijke werking kan hebben)

Ik keek naar het hoopje ellende dat op het bed lag. Met doffe ogen keek ze me smekend aan. De dochter die naast haar bed stond vond het ook nodig even te laten zien wat het probleem was. Ze trok het dekbed weg. Een gigantische tumor op haar borst liet zich in full view zien. Verbijsterend en reddeloos stond ik daar.

Come, Holy Spirit Come.

Het was het enige wat ik kon bidden, terwijl ik haar hand vasthield.

Weer even later zakte ik opnieuw door de grond.

Voor mij lag een oude man op een bed. Ineenkrompen klemde hij het dekbed verstijf en rillend om zich heen. Een penetrante urine lucht omringde zijn verschijning. Moses, een andere jongen van het team sprak kort met hem in het Luganda. Hij had last van hoesten (waarschijnlijk tuberculose). Al drie maanden was hij in het ziekenhuis. Hij had drie maanden lang bijna niet gegeten. (familie is hier verantwoordelijk voor de verpleging en verzorging, zonder familie wordt je aan je lot overgelaten). Deze man was zwaar ondervoed. Omdat hij geen kracht meer had om op te staan moest hij zijn behoefte maar gewoon laten lopen. Niemand die hem verzorgde.

Moses bad.

Vurig. Dat hij niet verlatenheid is en dat God weldegelijk naar Hem omziet en van hem houdt. Maar bidden was hier niet genoeg. We moesten zijn familie zijn. Hem verzorgen. Ik vroeg Moses wat we konden doen. Uiteraard was het antwoord simpel. Lakens, een kussen, een deken, schone kleren en eten kopen. Dus dat gingen we doen. Zo’n 40.000 shilling verder (ongeveer 15 euro) was deze man voorzien van dekens, lakens, een kussen en eten.

En toen gebeurde er iets wat me diep raakte.

Moses nam de man, drijfnat van zijn eigen urine, in zijn armen. Hij tilde hem voorzichtig op en legde hem op een matje naast het bed. Hij trok het overhemdje wat de man aanhad voorzichtig uit en maakte hem voor zover mogelijk met doekjes en wat water schoon. Hij trok zijn eigen overhemd uit en kleedde daarmee de man. Ik stond in tranen toe te kijken.

Deze jongens hadden niets, maar gaven alles.

Andere jongens van de discipleship school maakte het bed met water en doekjes schoon. We deden de nieuwe lakens erom heen en Moses legde de man weer op het bed. Daarna haalde we een maaltijd voor hem in het restaurant.

Weebalee, weebalee, weebalee, weebalee, fluisterde de man aanhoudend. (dank je, dank je, dank je, dank je)

Ik had nog nooit een mens in zo’n toestand gezien. Nog nooit naast het bed gestaan van zo’n brok ellende. Nog nooit de geur geroken van zoveel verlatenheid en afwijzing. Nog nooit in de ogen gekeken van zoveel vernedering. En ik realiseerde me hoe fundamenteel de waarden van de mens zijn. Iedereen zou toegang moeten hebben tot schoon water, wat zeep, gezond eten en een dak boven het hoofd. Iedereen.

Het Mulago ziekenhuis is een diep trieste plek. Mensen worden er compleet aan hun lot overgelaten. Het is een staatsziekenhuis en zou officieel gratis moeten zijn. De praktijk is dat je verpleging en een arts moet omkopen om fatsoenlijke zorg af te dwingen.

Ontredderd liep ik weer naar buiten. We hebben een man kunnen helpen. Hem kunnen vertellen dat er wel degelijk mensen zijn die om hem geven. Hem voor een deel in zijn waardigheid kunnen herstellen.

Maar er liggen vele honderden mensen in dit ziekenhuis.

De foto’s (je moet erop klikken om naar de Picasa albums te gaan)

De eerste dagen Uganda Uganda dag vier Uganda dag vijf
Uganda dag zes Uganda dag zeven en acht Uganda dag negen en tien
Uganda dag elf en twaalf Uganda dag Veertien