De “Tikker” en de “Luisteraar”

In 1990 promoveerde Elizabeth Newton in de Psychologie door een heel eenvoudig spelletje te bestuderen. Het is een spelletje wat je misschien wel eens gespeeld hebt. Het spelletje van de ‘tikker’ en de ‘luisteraar’. De tikkers kregen een lijst met 25 overbekende liedjes in de categorie ‘happy birthday’ en ‘vader Jakob’. Een tikker moest een liedje uitzoeken en deze voor de luisteraar ‘uittikken’ op de tafel. De luisteraar moest vervolgens raden, op basis van het ritme dat getikt werd, om welk liedje het ging.

De taak van de luisteraar was niet makkelijk. 120 liedjes werden voorgetikt. Slechts 3 liedjes werden goed geraden.

Nou denk je misschien, nou dat is niet echt een boeiend onderzoek. Maar wat het interessant maakt was dit: Newton vroeg de tikkers vooraf hoe groot ze kans achten dat de luisteraars het liedje zouden raden.

Ze dachten 50%.

De tikkers kregen hun liedje gecommuniceerd in 1 van de 40 gevallen. Ze dachten in 1 van de 2 gevallen. Hoe komt dat? Probeer maar eens liedje te tikken op de tafel. Je hoort het liedje in je hoofd. Het is vrijwel onmogelijk het liedje niet te horen. Maar de luisteraar hoort het deuntje niet. Het enige wat zij kunnen horen is een soort onsamenhangede morse code waar je maar weinig wijs uit wordt.

In het experiment waren de tikkers dan ook vaak hoogverbaasd als hun liedje niet geraden werd. Het leek zo overduidelijk. “Hoe kun je dit nou niet raden??” De tikkers hebben kennis die de luisteraars niet hebben. En het probleem is dat het voor de tikkers nu ongelofelijk moeilijk is om voor te stellen hoe het is deze kennis (de melodie) niet te hebben. Als je aan het tikken bent is het vrijwel onmogelijk te horen wat de luisteraar hoort.

Losstaande tikjes zonder enige vorm van melodie.

Dit is het ingewikkelde aan kennis. Als we eenmaal iets weten vinden we het moeilijk voor te stellen hoe was om het niet te weten. En het wordt heel moeilijk om deze kennis nog te delen met anderen omdat we ons nu slecht kunnen verplaatsen in de niet-weters.

Het is het probleem van veel sprekers, dominee’s, maar ook leraren, managers of schrijvers. Soms zitten we al zo lang en diep in de materie van onze belangstelling dat we het bijna niet meer vertaald krijgen voor een luisteraar.

Een spreker kan het bijvoorbeeld hebben over ‘in het licht komen’ of over iets ‘bedekken met het bloed van Jezus’. Over ‘je identiteit in Christus vinden’ of ‘de noodzaak van discipelschap’.

Maar wat is het melodietje wat de spreker hoort in zijn hoofd maar wat de luisteraar mist?