Lectio Divina – Jezus en Nicodemus

Een korte overdenking elke dag van deze week. Stefanie zit voor een week in Taize om stil te zijn, te bezinnen en te bidden. Ik blijf achter in Amsterdam. Deze week doe ik mee in het ritme van deze bijzondere geloofsgemeenschap door elke dag een Lectio Divina te doen en er een korte overdenking bij te schrijven. Ik heb ervoor gekozen na denken over de ‘ontmoetingen uit Johannes’. Jezus ontmoet allerlei verschillende mensen in het evangelie volgens Johannes. Wat gebeurt er met ze? Wat doet de ontmoeting met ze? Wat doet Jezus? Wie is Jezus voor ze? Wat doet de ontmoeting met mij?

Het o zo bekende vers: Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. We vinden hem hier. Ik was even vergeten dat deze opmerking wordt gemaakt in het gesprek met Nicodemus. Omringt met meerdere krasse uitspraken van Jezus over Zichzelf… Over Nicodemus lezen we: Zo was er een farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus.

Hij kwam in de nacht bij Jezus. Johannes is overigens de enige van de vier evangelisten die ons over Nicodemus vertelt. Drie keer wordt zijn naam genoemd: bij het begin van Jezus’ prediking, midden zijn openbaar leven en in het uur van zijn dood. Het meest uitgebreide is dit gesprek in Johannes 3. Dit gesprek tussen Jezus en Nicodemus. Een leider. Een schriftgeleerde. Een man met aanzien. Had vele jaren gestudeerd. Dit was iemand met gezag. Iemand die het gemaakt had.

Iemand die het had gered tot talmidim (zie dag 1).

En Nicodemus werd nu zelf Rabbi genoemd. Hij kende het Oude Testament woord voor woord. Hij hield de wet jota voor jota. Continu aan het wikken en aan het wegen over de wet. Wat mag wel. Wat mag niet. Continu aan het zoeken. Naar de betekenis ervan. Veel ‘rechtvaardiger’ dan Nicodemus zal je ze niet snel vinden. Ik vond Nicodemus wel iets sympatieks hebben. Als een zoekende gelovige gaat hij op weg naar Jezus. Hij wil een echt en eerlijk gesprek, lijkt het. Een eervolle openingszin: “Rabbi, wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.”

“ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.”

Sorry? Deze man die zijn leven wijdde aan het houden van de wet.En dit is Jezus’ reactie?

‘Begrijpt u dit niet,’ zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent?

Nog even een schepje er bovenop. Als iemand het had moeten weten, was het Nicomedus.

En hij wist het niet. De zoeker Nicodemus. Op zoek naar de Christus.

Frère Roger, de stichter van Taize over de bezoekers van de gemeenschap:

“Diep van binnen denk ik, dat de bezoekers hetzelfde zoeken als wij. Ze willen misschien iets kunnen zeggen, tegen God en tegen Christus.Wanneer ik naar iemand luister, zeg ik altijd tegen mijzelf: Weet hij al, dat hij al gelovig is door het verlangen, de verwachting?! “Hij of zij gelooft niet dat dat mogelijk is.En je kunt niets forceren op dat gebied. Wij moeten allemaal een proces van innerlijke groei doormaken. Je moet niet ongeduldig worden, maar proberen, wanneer je bidt, in aanwezigheid van God jezelf te zijn en niet een ander”.

Als Nikodemussen komen we soms bij Jezus met respect maar ook met verwarring. Wie bent u nu echt? En wie ben ik?

En dan zegt  Jezus over zichzelf: Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon. De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft (Joh 3:13). Met andere woorden: Ik kom uit de hemel. Ik ben God. En ik moet ‘verhoogd’ worden. Hangend tussen hemel en aarde.

Want alzo lief had God de wereld.

We vinden Nicodemus vervolgens terug in hoofdstuk 7 van het Johannesevangelie, midden in een bewogen discussie: de hogepriesters en de Farizeeën vallen Jezus aan en willen hem arresteren. Nicodemus komt ertussen: “Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?” (Joh 7:52). Die dag kiest Nicodemus toch openlijk de kant van Jezus. De doorn in het oog van zijn collega’s: “Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem (Jezus) gekomen?… Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.” – “Zoek het maar na!”

Maar Nikodemus had het nagezocht.

Hij was juist degene van wie wordt gezegd dat hij Jezus opzocht. En hij had kennelijk zijn conclusies getrokken. En dan komt het uur waarin Jezus wordt gekruisigd. En sterft. Nicodemus zal in de buurt zijn geweest op het ogenblik van de kruisiging; zodra Jezus gestorven is komt hij bij Jozef van Arimatea, “die in het geheim een leerling van Jezus was”, en hij neemt deel aan de begrafenis: “hij kwam en had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. Ze (Jozef en Nicodemus) wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis… In een nieuw graf legden ze Jezus.”

Nikodemus had geworsteld.

Maar hij had gevonden.