Lectio Divina – Jezus en Kefas

Een korte overdenking elke dag van deze week. Stefanie zit voor een week in Taize om stil te zijn, te bezinnen en te bidden. Ik blijf achter in Amsterdam. Deze week doe ik mee in het ritme van deze bijzondere geloofsgemeenschap door elke dag een Lectio Divina te doen en er een korte overdenking bij te schrijven. Ik heb ervoor gekozen na denken over de ‘ontmoetingen uit Johannes’. Jezus ontmoet allerlei verschillende mensen in het evangelie volgens Johannes. Wat gebeurt er met ze? Wat doet de ontmoeting met ze? Wat doet Jezus? Wie is Jezus voor ze? Wat doet de ontmoeting met mij?

Vandaag: Jezus en Kefas (Johannes 1:42)

‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten’

Dat is rots. helpt Johannes ons nog even. Stel je even voor. Je broer en een vriend van hem komen op je af, slepen je mee al roepend dat ze de Messias gevonden hebben. De Gezalfde. De Christus. Grote en beladen woorden voor een Jood.

Rabbi.

Dat was iemand om tegen op te kijken. Iemand om achterna te gaan. En dat is dan ook de uitnodiging. Jezus volgen. Discipel worden. Maar ik realiseerde me weer opnieuw de ‘upside-downness’ van Jezus’ handelen. Als je als Joods kind vijf was, ging je in de leer bij de ‘schriftgeleerden’. Tot je twaalfde levensjaar memoriseerde je de Torah (Gen-Deut) helemaal uit je hoofd. Compleet gememoriseerd.

Woord voor woord.

Niet iedereen redde dat. Maar als je dat wel redden, als je goed genoeg was, mocht je doorleren. Tot je vijftiende leerde je de rest van de bijbel (wat wij het Oude Testament noemen). Veel vielen natuurlijk af. Het was gewoon dat tegen deze leerlingen werd gezegd dat ze naar huis mochten gaan om het vak van hun vader te leren. Maar de meest intelligente leerlingen kenden dus het hele OT van ‘In den beginne’ tot 2 Kronieken (wat in de Joodse volgorde het laatste boek van het OT is). Als je dit redde mocht je Talmidim worden. Leerling. Discipel. Van een rabbi. Sommige rabbi’s hadden autoriteit om nieuwe interpretaties van de Torah te prediken. Zij reisden vaak door het hele land. Hadden gerust 10-12 volgelingen. Deze rabbi’s met zogenaamde ‘smikah’ (autoriteit), verkondigden interpraties van de Torah. sommige rabbi’s konden zelfs wonderen doen. Dit waren rabbi’s die zinnen gebruikte als: “U heeft horen zeggen dat…[…] Maar ik zeg u…”. Smikah moest je gegeven worden. En als 15 jarige leerling vroeg je zo’n rabbi of je hem mocht volgen. Dan werd je helemaal doorgezaagd. Hoe goed kende je de schrift. Kon je verbindingen leggen met schriftwoorden. Begreep je wat er stond. Als je in zijn ogen goed genoeg was zei hij:

Kom, en volg mij.

En dan werd je discipel. Deze Talmidim wilden niet alleen weten wat de Rabbi wist. Zij wilden worden zoals de Rabbi is. Talmidim waren geen studenten die kennis wilde vergaren. Zij wilden worden zoals de Rabbi. Gemiddeld zo tot je dertigste. En als je 30 was, werd je zelf een rabbi. Zo ongeveer 1 op de 10.000 haalde dit. Zij werden rabbi.

Simon had het niet gered. Simon was een visser. Hij was niet in de leer bij een Rabbi. Tegen hem was gezegd: Sorry. Je hebt het niet. Je zult het niet redden. Je bent niet goed genoeg. Ga naar huis. Doe het vak van je vader. Visser, in dit geval.

En dan komt rabbi Jezus voorbij.

Jij bent Simon, de zoon van Johannes! Voortaan zul je Kefas heten! Rabbi Jezus kijkt niet naar de cijfertjes. Hij roept de nieuwe identiteit in Petrus naar voren. Iemand die was afgewezen. Iemand die het niet in huis had. Iemand tegen wie was gezegd: Ga naar huis, leer het vak van je vader.

Simon.

Hoogstwaarschijnlijk een 15 jarig schoffie. En Jezus ziet het helemaal zitten.

Ik noem je Kefas. Rots.

Kunnen we nog stil worden om de nieuwe naam die Jezus ons geeft te horen. Jij bent Anna, zoon van Johan! Maar ik noem je de geduldige… Omdat ik iets van Mij in jou wil leggen. Wat je nieuwe naam eer zal aandoen. Jij bent Pieter-Jan, zoon van Gert! Maar ik noem je de rechtvaardige! Jij zal opstaan voor het recht van de zwakke, je druk maken om ongerechtigheid omdat Ik iets van Mij in jou wil leggen. Omdat Ik je uitnodig Mij te volgen. Mijn discipel te zijn. Te worden zoals Ik. Jij bent Dirk-Jan, zoon van Jelle. Maar Ik noem je de trouwe. Volg mij. Word zoals Ik. Wees trouw in je woorden, je daden en wees trouw aan wat Ik op je hart leg. Jij bent Annelies, zoon van Kees. Maar Ik noem je de geliefde. Omdat je geliefd bent. En dat je in staat zal stellen om lief te hebben.

Open mijn oren, elke dag opnieuw Heer. Voor mijn nieuwe naam.
Open mijn hart voor Uw Geest. Om haar uit te leven.