Church for the ‘unchurched’ (2): de Preek

De preek. Wat doe je ermee? Als je nadenkt over kerk zijn in een post-christelijke cultuur? Hoe sluit je aan bij je luisteraar? Wie is je luisteraar? Mensen zijn vaak bang dat wanneer we onze stem richten op de post-christelijke luisteraar, we verliezen aan diepgang. Maar ik geloof dat dit niet hoeft. Je kunt mensen die al wat langer op reis zijn aanspreken en mensen die wat minder lang op weg zijn. Ik geloof het echt. Het vraagt alleen meer oefening en veel voorbereiding. Maar ik geloof dat het kan.

Een paar gedachten.

Jargon
Ik was pas in een kerk waar de Engelse spreker werd vertaalt in het Nederlands. En telkens als de Engelse spreker iets zei over God dan had de tolk het consequent over “De Heer”.

Waarom?

God Wants to use your ordinary life in an extraordinary way” werd vertaald met “De Heer wil je op een buitengewone manier gebruiken!” Waarom hebben we het over “De Heer” of in Crossroads over “The Lord”? Waarom niet gewoon “God”? Of nog scherper: Jezus. Net als dat ik mensen hoor zeggen dat “hun geloof belangrijk voor ze is”. Is je geloof belangrijk of is God belangrijk? Ik weet wel dat je hetzelfde bedoelt, maar waarom niet gewoon “God is belangrijk voor me?”. Heeft “de bijbel tot je gesproken” of heeft “God je aangesproken”. Boeken praten niet. God praat. Waarom dit dan niet benoemen? We maken dingen soms onnodig ontoegankelijk.

We moeten onze taal ernstig onder de loep nemen.

Verhalen
En dan nog iets anders. We hebben verhalenvertellers nodig! Waarom? In het postmoderne (ik heb een hekel aan dat woord, maar goed) denken is de waarheid niet langer een systeem of groot meta verhaal waaruit ik iets kan onderwijzen of wat ik in kaart kan brengen. De waarheid is gefragmenteerd, ondoorzichtig, ontoegankelijk, mystiek bijna. Emoties, intuïtie, het mag weer een rol spelen in de zoektocht naar waarheid. Mensen worden niet meer overtuigd door redenaties of argumenten. Het verstand is te lang als superieur gezien boven het hart. Vandaar dat mensen zich niet meer zo makkelijk iets laten onderwijzen. Sprekers moeten loslaten dat ze mensen moeten onderwijzen. Ze moeten leren dat ze mensen moeten inspireren. De bijbel bestaat nota bene voor het grootste deel uit verhalen. In tegenstelling tot de Koran.

God is een verteller van verhalen.

Ik zie zo vaak dat sprekers zich laten verleiden tot lange en ondoorzichtige bullet points. Maar verhalen vertellen vaak veel meer dan bullet points.

Ik heb een hekel aan bullet points.

Gebruik ze alleen in geval van nood. Mensen met bullet points zijn vaak vergeten hoe ze zelf tot de ontdekking gekomen zijn. Meestal niet door bullet points. Pas geleden sprak iemand bij ons in de kerk. Het ging over Jona. Hij begon met een wat droge uiteenzetting over het bijbelboek. Over hoe God Jona roept, over zijn boodschap tot bekering voor Nineve. Over de reactie van de bewoners van Nineve. En dan natuurlijk de toepassing, hoe wij ook wegrennen voor onze roeping. En hoe God een tweede kans geeft aan Nineve en dus ook aan ons. bla bla bla.

Bullet points.

Maar over de helft van zijn preek begon hij opeens vrij onverwachts iets te delen uit zijn eigen leven. Over hoe God hem een nieuwe kans had gegeven. Over de moeilijke tijd waar hij op dit moment in zat. En hij was echt heel persoonlijk.

Je kon een speld horen vallen.

We waren gegrepen door zijn ‘God of second chances’. En dat was een uitnodiging. Dat God ook voor mij een God van tweede kansen is.Ik communiceer hetzelfde, maar ik vertel iets heel anders.

En het vraagt iets van de post-christelijke spreker. Het betekent dat hij of zij dicht bij zichzelf moet blijven. Echt. Authentiek. Persoonlijk.

Maar daar wil ik wel naar luisteren.