Armoede, wat moet je ermee…?

Want ik ben rijk en jij bent arm en dat is niet eerlijk.

Na mijn vorige blogpost verstilde het wat. Als je zoveel armoede ziet komt onherroepelijk de (innerlijke) dialoog op gang… Wat moet ik hiermee? Wat is mijn verantwoordelijkheid? Hoe ga ik hiermee om? Hoe verhoudt ik mij hiertoe?

En ik had er ook bewust voor gekozen deze vragen (opnieuw) toe te laten.

Want we zijn rijk.

Laten we eerlijk wezen. Als jij nu op dit moment deze blogpost leest, als jij de Nederlandse taal beheerst behoor je tot de rijkste elite ter wereld. Zelfs als je een ‘laag’ inkomen hebt. Heb je vandaag schoon drinkwater gedronken? Heb je schoenen en wat kleding? Een veilig dak boven je hoofd? Loop je niet al te grote risico’s op rare infecties en ziekten? Heb je vandaag te eten gehad?

Dan ben je rijk.

Net als ik.

En toch vinden we zelf vaak dat we het helemaal niet zo breed hebben. Dat we geen geld over hebben om de anderen te helpen. En als ik kijk hoe ik leefde een paar jaar geleden dan zie ik zelfs dat mijn levenstandaard enorm is gestegen. En het lijkt wel een soort gevaarlijke ‘onderstroom’ die ons meezuigt in de race om meer bezit. Als ik naar mijn vrienden kijk dan zijn we eigenlijk allemaal onopgemerkt die kant opgedreven. Vroeger kochten we wijntjes van €3, nu moet het toch wel ‘een beetje te drinken zijn’ en mag het toch wel €5 tot €8 kosten. Vroeger was het rijst met zo’n chicken tonight pot en wat kip. Nu zijn het dure ingrediënten voor de receptjes van Jamie Oliver. Goed eten is toch belangrijk. En zijn er talloze voorbeelden…

En dat levert een spanning op.

Kan dat?

Zo rijk leven, terwijl anderen soms van $1 per dag moeten rondkomen.

Daar valt veel over te zeggen.

Ergens komt de Calvinist in mij naar boven die zegt:
Nee. Dat kan niet. Je moet sober leven. Zoveel mogelijk weggeven.

Maar dan ligt er ook wetticisme op de loer en komt Paulus in mijn gedachten.

Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten. (1 Kor 13)

Hoe ziet genade er dan uit?

Voor mezelf en voor anderen.

De tweede helft van Jesaja 58 laat een aantal bemoedigende dingen zien die belangrijk zijn om te blijven onthouden. Want als je omziet naar de armen (de eerste helft van het hoofdstuk), dan:

breekt je licht door als de dageraad,
je zult voorspoedig herstellen.
Je gerechtigheid gaat voor je uit,
de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

[…]

De HEER zal je voortdurend leiden,
hij zal je verkwikken in dorre streken,
hij maakt je botten sterk en krachtig.
Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,
als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

Vaak leven we met de mindset dat als ik geef aan een ander, ik er zelf op achteruit ga. Als je vanuit die gedachte gaat delen wordt jouw rijkdom altijd kleiner om die van anderen groter te krijgen.
Maar dat is niet de boodschap van de bijbel. De bijbel zegt dat je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

We mogen dus vertrouwen dat er ruim voldoende is voor iedereen. En als wij gaan delen… Dan vertrouwd God ons misschien wel meer toe om nog meer te delen. En dan nog meer om nog meer te delen.

Als God voorziet in de bijbel…

Dan is er altijd genoeg.

Sterker nog, als God voorziet…

Dan is er altijd over!